Contentkingtaart Kopie

Bij wijze van voorbereiding op de komende 20 jaar blik ik graag terug op de afgelopen twintig jaar. Honderden plezierige opdrachtgevers, 350+ digitale vraagstukken, tientallen leuke collega’s… Stof tot nadenken.

In 2000 waren sommige dingen echt anders…

We spreken over de tijd van de internetbubbel. Het is moeilijk om het je nu nog voor te stellen, maar de verwachtingen waren toen hooggespannen:

  • economische belofte: werkeloosheid zou verdwijnen door internet…
  • maatschappelijke belofte: email zou zorgen voor méér vrije tijd…
  • marketing belofte: marktaandeel zou altijd zorgen voor winst…

Het was een absurde tijd. De koers van ABNAMRO daalde, ondanks de winstcijfers. Alleen vanwege het feit dat er géén paragraaf over internet stond in de rapportage…

Maar weinigen waren bezig met de economische wetten als een verdienmodel. ‘Wie als eerste kwam, veroverde immers de markt.’ Dus werd er giga-veel marketinggeld verbrand…

Pas toen iemand de moeite nam om sommetjes te maken werden we wakker. Een beurskoers van 40.000 gulden per abonnee van WorldOnline? Voor een internetaansluiting, toch net zoiets als gas, water en licht? Toen ontstond er serieuze twijfel. Dat Nina B. (CEO) haar aandelen vlak vóór de beursgang wegdeed voor veel minder dan de openingskoers, was de spreekwoordelijke druppel. Dit prikte wereldwijd de internetbubbel door.

Qua tekst was de beruchte klik hier hyperlink nog heel gewoon*. Mijn eerste column destijds voor de Van Dale Taalbrief luidde dan ook “Lees hier”.

…en sommige dingen waren hetzelfde als nu

Veel digitale producten werden in de eerste instantie gemaakt omdat het leuk, hip & cool was. Of omdat de rest ‘het ook had’. Of omdat het technisch mogelijk was. Dat is nog steeds zo.

Technologie is echter nooit de beslissende factor geweest als het gaat om digitaal succes. Beslissend is de menselijke factor. Zeker als het gaat om grote maatschappelijke trends wordt het pas interessant als het technologisch saai is geworden. Zo saai, dat iedereen ermee werkt. Denk aan Facebook, Google etc. Twitter is niet relevant, een twitterstorm wel.

Daarom is het vreemd dat het nog steeds niet standaard is om elk digitaal project te beginnen met de vraag: welk probleem gaan we hiermee oplossen? Voor wie? Hoe gaat het werken? Hoe weten we dat zeker? Gaan we dit ook borgen in het project?

De ‘papieren’ werkelijkheid van digitaal

Na de papieren werkelijkheid van Prince-2 hebben we nu Agile, scrum & sprints. De kern van dit gedachtengoed van Eric Ries en de Minimal Viable Products ging echter óók om het experimenteren in de werkelijkheid: Werkt het product eigenlijk wel? Moeten we het niet drastisch aanpassen (pivoteren)?

Experimenteren doe je tussen de sprints en maar ook na livegang door voortdurend te testen met echte gebruikers. In valide gebruikersonderzoek.

In veel projecten gaat het geld echter vooral naar de sprints zelf. Planningen lopen uit, budgetten zijn te krap… De usabilitytest wordt makkelijk geofferd. En product owners worden zelden ontslagen voor het niet testen.

ContentKings anno 2000

ContentKings is ontstaan door het winnen van een grote opdracht, nota bene van Lost Boys – destijds eigenaar van hun eigen vliegtuig. De Vereniging Kamers van Koophandel vroeg ons om duizenden pagina’s content, binnen een paar maanden productietijd.

Een opdracht waardoor mijn persoonlijke financiële verantwoordelijkheid een tikkeltje ongemakkelijk aanvoelde. Met de eerste factuur kwam het startkapitaal voor de BV beschikbaar. De naam ContentKings was nog beschikbaar…En ik werkte al een paar jaar met veel plezier als zelfstandig ondernemer.

Als werknemer #500 bij ASML ben ik begin jaren ’90 begonnen als Publications Manager van alle handleidingen van de waferstepper, met een team van 12 Britse auteurs en illustratoren. Middenin een 24/7 economie -nog onbekend in Nederland- en digital publishing.

Voor mij was het vanzelfsprekend dat content samengaat met usability. Een handleiding helpt echte mensen met een echt probleem. Als je het probleem niet weet, slaat je content nergens op. Ook in mijn latere jaren als docent Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden is dat zo gebleven. Het moet wel ergens over gaan.

Mijn sleutelwoorden toen:

  • Niet toeteren, maar trechteren
  • Kiezen voor Informatie, Communicatie of Transactie
  • Toetsen van de ‘wenkbrauwhypothese’: wenkbrauw gebruiker omhoog = foute boel

ContentKings door de jaren heen

De wisselwerking tussen content en usability is altijd effectief gebleven. Het betekende in de praktijk dat we veel opdrachten in beide domeinen hadden. Het usability aspect was soms wat minder zichtbaar: we heten immers geen UsabilityKings.

Een echte doorbraak was het verwerven van de Tweede Kamer als opdrachtgever. De overheid in Den Haag is kolossaal, maar ook net een klein dorp. We spaarden onze projecten bij alle ministeries (bijna gelukt). Grappig genoeg kijken ook ministeries regelmatig teveel naar elkaar, in plaats van naar het werkelijke probleem.

Interessante klanten. Intellectuele uitdagingen. Samen in de modder.
Ik heb mogen werken met geweldige collega’s. Martijn van der Heijden om maar eens ‘n diehard te noemen. Hard buffelen was het ook. Bij vacatures solliciteerden steevast ook klanten, dus dat buffelen hebben we goed gecamoufleerd 😉

Qua bedrijfsvoering hebben we verschillende vormen gekend. Van vehikel voor één individu tot online netwerkorganisatie, naar een team in kantoor Rotterdam en nu een digitale netwerkorganisatie van specialisten met Ellen aan het roer.

Opvallende rode draad

Inmiddels is ContentKings meer dan 350 digitale vraagstukken verder. En als oprichter ben ik trots op elk ervan. Ze zijn zeker niet allemaal makkelijk geweest. Als ik kijk naar de rode draad zijn het deze vragen:

  • Wat is het werkelijke probleem?
  • Hoe ziet dat er in het veld of op de werkvloer eruit?
  • Wat werkt er voor de gebruiker?

In essentie zijn dit nog stééds onze vragen.

Lessen van Corona: het gebeurt op de werkvloer

Eerlijk is eerlijk: de huidige corona-situatie is voor digi-profs ook een beetje gênant. Het tempo waarmee digitale innovatie nu wordt omarmd in het onderwijs, de zorg en de maatschappij laat zien dat het onder de juiste omstandigheden dus wél snel kan. Als het moet. Maar ook: omdat iedereen de noodzaak ziet en voelt.

In mijn visie zijn de werkvloer en het veld altijd het uitgangspunt: maak het gebruikers makkelijk. Nieuwe technologie is namelijk nooit vanzelfsprekend. Wel voor early adopters natuurlijk, maar daarmee overtuig je niemand op de werkvloer. Welke nieuwe technologie is dáár doorslaggevend? Vaak blijkt dan dat innovatie vlak onder je neus ligt.

En voor zo’n vraagstuk mag je me altijd wakker maken.

Kortom: kijk door de ogen van je klant.
Precies zoals het op film staat. Ik zeg: op naar de volgende 20 jaar.

Noot:

* Voor wie ‘klik hier’ eigenlijk nog steeds heel gewoon vindt:
webbezoekers weten écht wel hoe een hyperlink werkt.
Een goede hyperlink geeft vooral een duidelijke bestemming.