Europese aanbestedingen van softwareprojecten bevatten steeds vaker gebruiksvriendelijkheid als gunningscriterium. Logisch, maar dit criterium brengt ook een groot risico met zich mee: een subjectief en dus betwistbaar oordeel.
Ik bied een bewezen methode om als commissie gebruiksvriendelijkheid op een transparante, herhaalbare en juridisch verantwoorde manier te beoordelen.
‘Gebruiksvriendelijk’ als criterium voor gunning: een grijs gebied
De beoordeling van gebruiksvriendelijkheid is vaak subjectief. Een beoordelingscommissie bestaat meestal uit eindgebruikers en een enkele IT-specialist. Zij moeten gezamenlijk een unaniem oordeel vellen over demonstraties van leveranciers. Maar zonder een gestandaardiseerde aanpak leidt dit proces tot interpretatieverschillen, onenigheid en – in het ergste geval – juridische geschillen.
Bij aanbestedingen gaat het om miljoenenbudgetten en langlopende contracten. Een betwistbare beoordeling kan de aanbesteding vertragen, reputatieschade veroorzaken en zelfs leiden tot rechtszaken. Hoe zorg je ervoor dat het criterium ‘gebruiksvriendelijkheid’ boven elke twijfel verheven is?
